The Free Site   |  vBuddy - business networking   |  Cheap Web Hosting - starting at $5

Suusjes pagina

Suusjes pagina



Depressie bij kinderen




Kinderen en depressie

Depressie komt ook voor bij kinderen. Toch kwam dit verschijnsel pas in de jaren 70 in de belangstelling te staan. Pas in 1980 werd het officieel erkend.
Nu zijn de meeste deskundigen het erover eens dat ook kinderen depressies kunnen hebben en dat we zo snel mogelijk hulp moeten bieden wanneer dit het geval blijkt te zijn.

De DSM geeft geen goed beeld van depressie bij kinderen. Het beschrijft vooral de uitingsvormen van een depressie bij volwassenen en bij kinderen zijn die verschijningsvormen net iets anders.

Bij kinderen worden dezelfde soorten van depressie onderscheiden als bij volwassenen:

  • Depressieve stoornis, eenmalige episode, ook wel een acute depressie genoemd. Het kind heeft in dit geval een depressieve episode, dwz dat hij vijf of meer van de onderstaande symptomen heeft, gedurende tenminste twee opeenvolgende weken:
    • depressieve stemming gedurende het grootste gedeelte van de dag, bijna heel de dag. Bij kinderen kan het ook een prikkelbare stemming zijn.
    • Duidelijke vermindering van interesse of plezier in bijna alle activiteiten gedurende het grootste gedeelte van de dag, bijna elke dag.
    • Duidelijke gewichtsvermindering zonder dieet of gewichtstoename, of bijna elke dag verminderde of toegenomen eetlust. Bij kinderen gaat het meestal om een niet bereiken van de te verwachten gewichtstoename.
    • Slapeloosheid (insomnia) of overdreven slapen (hypersomnia), bijna elke dag.
    • Psychomotorische agitatie of remming bijna elke dag
    • Moeheid of verlies van energie, bijna elke dag
    • Gevoelens (die waanachtig kunnen zijn) van waardeloosheid of buitensporige of onterechte schuldgevoelens (niet alleen maar zelfverwijten of schuldgevoel over ziek zijn), bijna elke dag.
    • Verminderd vermogen tot nadenken of concentratie, of besluiteloosheid, bijna elke dag.
    • Terugkerende gedachten aan de dood ( niet alleen de angst om dood te gaan), terugkerende suïcidegedachten, of een suïcidepoging of een specifiek plan om suïcide te plegen
    Bron: DSM IV

    De symptomen moeten duidelijk significant lijden veroorzaken of beperkingen in het schoolse functioneren. Ze mogen niet het gevolg zijn van een middel of een lichamelijke aandoening en ze mogen niet toe te schrijven zijn aan een normaal rouwproces.



  • Depressieve stoornis, recidiverend ook wel chronische depressie genoemd. Hierbij heeft het kind twee of meer depressieve episodes meegemaakt. Tussen de episodes zit een periode van tenminste twee opvolgende maanden waaraan niet aan de symptomen van een depressieve episode wordt voldaan.


  • Dysthyme stoornis. Ook deze wordt wel chronische depressie genoemd. Wanneer kinderen een depressie hebben gaat het vaak om deze soort. Deze is minder ernstig dan de depressieve stoornis.
    Om van dysthymie te kunnen spreken moet het kind gedurende het grootste deel van de dag, meer dagen wel dan niet een depressieve stemming hebben en dit gedurende tenminste één jaar. Vaak is het bij kinderen meer een prikkelbare stemming dan een depressieve. Ook moeten tijdens deze stemming minstens twee van de volgende symptomen voorkomen:
    • slechte eetlust of veel eten
    • insomnia of hypersomnia
    • weinig energie of vermoeidheid
    • gering gevoel van eigen waarde
    • slechte concentratie of moeilijkheden om tot een besluit te komen
    • gevoelens van hopeloosheid.


Vaak wordt er nog een splitsing gemaakt tussen een psychogene/personale depressie of een endogene/vitale depressie.

Bij een psychogene/personale depressie zijn er oorzaken in de directe omgeving van het kind aan te wijzen. Bijvoorbeeld verdriet, tekort aan zingeving, vragen naar de zin van het bestaan.
Bij een endogene/vitale depressie is er niet direct een oorzaak aan te wijzen. Het gevoel van depressie wordt als onzinnig ervaren en overvalt het kind als het ware.

Bij een vitale depressie is het van belang om met anti depressieve medicatie te werken.

Hoe vaak komt een depressie bij kinderen voor?

Afhankelijk van welk meetinstrument wordt gebruikt, worden verschillende percentages gevonden voor het voorkomen van depressie bij kinderen. Naar wij mogen aannemen heeft 1-2% van de kinderen tussen 6-12 jaar een depressie. In de adolescentiejaren neemt de depressiegevoeligheid toe. Het blijkt dan ook dat 3-8 % van de 12-18 jarigen een depressie krijgt. In de basisschoolleeftijd zou het vaker bij jongens voorkomen dan bij meisjes, maar de verschillende onderzoeken vinden soms tegenstrijdige resultaten Hoe lager het IQ van een kind is, hoe groter de kans op een depressie. Uit onderzoek is ook gebleken dat kinderen met een verstandelijke handicap tweemaal zo aak aan depressies lijden dan “normale” kinderen.
Anderzijds hebben ook hoogbegaafde kinderen een grotere kans op depressie.
Hoeveel kinderen met een depressie een suïcidepoging ondernemen of daadwerkelijk suïcide plegen weten we niet.

De vooruitzichten voor kinderen met een depressie

De prognose voor kinderen met een depressie zijn niet zo heel gunstig. De kans is erg groot dat zij als volwassenen opnieuw ernstig depressieve episodes vertonen en dat ze psychologische of zelfs psychiatrische hulp moeten zoeken.
Gelukkig blijkt de behandeling van kinderen met een depressie zeer effectief.



Depressie in verschillende leeftijdsfasen

De zuigeling

Zuigelingen kunnen lijden aan een zogenoemde “anaclitische depressie”. Deze treedt op wanneer het kind plots wordt gescheiden van de moeder.
Het begint met een fase van overvloedig huilen, zich aan elke volwassene vastklampen die in de buurt komt, naar een apatische toestand. De zuigeling weigert voedsel, vermagert en heeft ernstige slaapproblemen. De ontwikkeling van het kind stopt en reeds verworven vaardigheden gaan verloren.
Het kind wordt vatbaar voor allerlei infecties.
Zuigelingen die dus niet kunnen steunen, of zich kunnen hechten aan de moeder of aan een ander vaste liefhebbende persoon worden blijkbaar depressief.
De anaclitische depressie kan ook voorkomen wanneer de moeder wel aanwezig is, maar zich minder met het kind kan bemoeien doordat ze bijvoorbeeld een baan heeft die haar opslorpt, door ernstige gezinsproblemen of doordat ze een (postpartum) depressie heeft. Ook kan het optreden wanneer het kind chronische pijn heeft of als er voedingsproblemen zijn.

Kenmerken van depressie bij zuigelingen:
  • apathie: de baby heeft nergens interesse voor, lijkt troosteloos onverschillig en klaagt of huilt niet meer.

  • Motorische inertie:het kind vertoont een beperkt monotoon repertoire aan bewegingen, wat totaal afwijkt van het bewegingsgedrag dat je normaal bij baby’s aantreft. De baby beweegt alsof hij ergens met lijm is vastgeplakt en reageert nauwelijks op de omgeving.

  • Gebrek aan interactie: de baby reageert bijna niet op andere personen, waardoor deze niet meer geneigd zijn met de baby in contact te treden.


Kenmerken van depressie bij peuters: Peuters hebben een depressie wanneer ze gedurende tenminste twee weken de volgende symptomen vertonen:
  • depressieve of prikkelbare stemming samen met een verlies aan plezier in activiteiten die bij de ontwikkeling horen en doorgaans leuk gevonden worden door peuters

  • verminderde capaciteit om t protesteren

  • heel veel huilen

  • weinig interactie met zijn omgeving en weinig initiatief nemen tot contact.


Kenmerken van depressie bij kleuters:
  • het kind gedraagt zich te rustig te braaf, te rumoerig en wanordelijk

  • hij gedraagt zich mokkend, is driftig of heeft een opvallende behoefte aan affectie.

  • Het kind liegt vaak

  • Het kind veroorzaakt vaak “ongelukjes”

  • Het kind heeft slaapproblemen en klaagt over pijn en moeheid

  • Het kind is prikkelbaar en vlug gefrustreerd

  • Het kind is niet erg actief en heeft minder plezier in activiteiten dan vroeger



Bij de kinderen in de basisschool leeftijd is het erg moeilijk om een depressie te herkennen. Dat komt omdat ze gedrag vertonen dat vaak helemaal niet aan een depressie doet denken. Toch is het zeer belangrijk om een depressie vroeg bij kinderen te ontdekken want als we ze nu niet helpen, dan is de kans groot dat ze op latere leeftijd in een psychiatrische instelling terecht komen.De kenmerken van een depressie bij kinderen kunnen we indelen in vier soorten: affectieve, cognitieve, motivationele en secundaire kenmerken. De eerste drie noemen we ook wel de primaire kenmerken, deze zijn wezenlijk voor depressie en verschillen niet veel met die van volwassenen.

Affectieve kenmerken
  • somber, teneergeslagen, depressief gevoel
    Alle kinderen hebben deze gevoelens wel eens, maar bij een depressief kind zijn deze gevoelens heel lang en heel sterk aanwezig.

  • boos prikkelbaar en opvliegend
    kinderen met een depressie kunnen zo woedend zijn dat ze zichzelf of een ander pijn willen doen of dat ze zichzelf of een ander gezinslid willen doden.

  • weinig plezier hebben
    Bijna 70% van de kinderen met een depressie heeft geen plezier meer in dingen die ze eerst wel leuk vonden.

  • huilerig
    Een kind met een depressie huilt meer dan andere kinderen, ook als er helemaal geen aanleiding is. Maar kinderen die heel erg depressief zijn kunnne niet meer huilen, al zouden ze willen.

  • zich waardeloos voelen
    een depressief kind voelt zich vaak waardeloos en minderwaardig, niet nuttig en oninteressant.

  • zich ongeliefd voelen
    Kinderen met een depressie hebben het gevoel dat niemand van ze houdt.

  • gebrek aan vrolijkheid
    Het kind kan niet meer lachen om grapjes en streken en heeft het gevoel dat het voor schut gezet wordt. Op deze manier lokken zij vaak ongewild pestgedrag van andere kinderen uit.

  • zelfmedelijden
    Een kind met depressie heeft vaak het gevoel dat hij of zij voor het ongeluk geboren is en dat hij of zij meer tegenslag in zijn leven kent dan leeftijdsgenootjes.



Cognitieve kenmerken

  • negatieve zelfbeoordeling
    Kinderen mlet een depressie vinden dat ze weinig kunnen en kennen.

  • zichzelf de schuld geven
    Kinderen met een depressie vinden altijd dat zij overal schuld aan hebben, ook al is dit beslist niet het geval.

  • hopeloosheid
    een kind met depressie denkt dat het leven en de toekomst slechter wordt en dus hopeloos is.

  • aandachts- en concentratieproblemen
    Doordat ze zo piekeren en zich schuldig voelen kunnen ze moeilijk hun aandacht op andere dingen richten.

  • besluiteloosheid
    ze vinden het moeilijk om beslissingen te nemen, omdat ze er het nut niet van inzien en als ze al een beslissing hebben genomen dan vinden ze het moeilijk om zich er ook aan te houden.

  • doodsgedachten
    kinderen met een depressie kunnen erg bezig zijn met de dood en met doodgaan. Niet alleen van zichzelf, maar ook van anderen.



Motivationele kenmerken

  • zich terugtrekken
    Ongeveer 70% van de depressieve kinderen heeft weinig sociale contacten.

  • vertraagd gedrag
    Sommige kinderen met een depressie gaan zich trager bewegen, reageren trager en praten langzamer.

  • geagiteerd, opgewonden en rusteloos gedrag
    Sommige kinderen vertragen hun tempo niet, maar versnellen dit juist. Ze kunnen geen minuut stil zitten.

  • Weinig gemotiveerd op school
    kinderen met een depressie gaan niet graag naar school, en presteren niet graag want ze denken dat ze het toch allemaal niet kunnen.

  • regressief gedrag
    Soms vallen kinderen terug in gedrag uit een vorige ontwikkelingsfase. Ze gaan zich als baby of kleuter gedragen, kunnen gaan bedplassen of duimzuigen.



Secundaire kenmerken
  • lichamelijke pijnen zonder medische oorzaak
  • vermoeidheid
  • verandering in de eetlust en/of het gewicht
  • slaapproblemen
  • omgangsproblemen
  • leerproblemen
  • angsten
  • agressief gedrag



Risicofactoren voor het ontwikkelen van een depressie in kinderen:
Er zijn een aantal risicofactoren in kinderen zelf, die het ontwikkelen van een depressie bevorderen:
  • geslacht:
    Jongens tussen de 6 en 12 jaar hebben meer kans om depressief te worden dan meisjes Dit kan te maken hebben met het verwachtingspatroon van het gedrag van jongens en meisjes. Van meisjes wordt verwacht dat ze rustig en stil zijn, van jongens het tegenovergestelde. Wanneer zij dus stil en teruggetrokken gedrag vertonen zullen ze sneller onderzocht worden. Tijdens de adolescentie is het weer omgekeerd, dan zijn meisjes die stil en teruggetrokken zijn “verdacht”. Jongens met een depressie gedragen zich dan juist ook heel opstandig en krijgen dan disciplinaire reacties en geen hulpverlening.
  • Temperament:
    Bij kinderen kun je drie soorten temperament onderscheiden. Een makkelijk temperament, dit zijn doorgaans heel positief ingestelde kinderen. Kinderen met een negatief temperament, dit zijn doorgaans kinderen met een negatieve gemoedstoestand. En je hebt kinderen met een traag op gang komend temperament. Zij passen zich langzaam aan aan nieuwe situaties en hebben een licht negatieve gemoedstoestand. Vooral kinderen met een moeilijk temperament blijken vatbaar voor emotionele problemen zoals depressie.
  • Hechting:
    kinderen kunnen op drie manieren aan hun opvoeder gehecht zijn. Ze kunnen veilig gehecht zijn, dan zoeken ze na hereniging onmiddellijk weer contact met de opvoeder. Ze kunnen vermijdend gehecht zijn, zij bieden dan weerstand tegen het contact met de opvoeder. En ze kunnen ambivalent of onveilig gehecht zijn, zij zoeken wel contact maar doen dit door de opvoeder weg te duwen. Vooral kinderen die ambivalent gehecht zijn blijken een grotere kans te hebben om angstig of depressief te worden.
  • Ziekte en handicap:
    Kinderen die een chronische ziekte of handicap hebben lopen meer risico om depressief te worden dan “gezonde” kinderen.
  • Vroegere depressie:
    kinderen die op jonge leeftijd reeds een depressie hebben gehad lopen het risico dit later in hun leven terug te krijgen.
  • Cognities:
    Kinderen die een negatieve kijk hebben op zichzelf, hun omgeving en op hun toekomst lopen ook meer gevaar om een depressie te krijgen dan kinderen die dit niet hebben.
  • Sociale competentie:
    een kind dat van zichzelf denkt dat hij niet opgewassen is tegen de dagelijkse levenstaken en zichzelf sociaal niet handig vindt loopt een groter risico om depressief te worden dan kinderen die zich wel opgewassen voelen tegen die taken en die zich wel sociaal vaardig vinden.


Risicofactoren in de omgeving van het kind:
  • Uit onderzoek blijkt dat depressieve kinderen vaker voortkomen uit sociaal-economisch zwakke gezinnen. Kinderen uit gesloten gezinnen met weinig contacten en kinderen uit kansarme gezinnen met financiële problemen lopen groot gevaar op het krijgen van een depressie.
  • Psychische stoornis bij de ouder(s):
    wanneer een of beide ouders een psychische stoornis hebben, dan loopt het kind meer risico op het krijgen van een depressie.
  • Druggebruik of alcoholverslaving van de ouder(s):
    Vooral alcohol of druggebruik van de vader lijkt een verhoogd risico op depressie te hebben bij kinderen.
  • Mishandeling, verwaarlozing, (seksueel) misbruik:
    Vooral bij meisjes leidt dit tot depressie en in mindere mate tot zelfvernietigend gedrag.
  • Opvoedingsstijl:
    autoritaire en onverdraagzame ouders of ouders die hun kind juist overdreven verwennen geven het kind het gevoel weinig waard te zijn en niks zelf te kunnen, of nog erger, zich ongewenst voelen. Deze kinderen hebben een verhoogd risico op het krijgen van een depressie.
  • Conflicten in het gezin:
    Wanneer ouders onderlinge conflicten en spanningen afreageren op het kind, kan dit leiden tot depressie bij het kind.
  • Stresserende gebeurtenissen:
    andere stresserende gebeurtenissen zoals bijvoorbeeld een verhuizing of het overlijden van een grootouder kunnen leiden tot een depressie.
  • Problemen op school:
    kinderen met leerproblemen of die op school gepest worden lopen meer kans op een depressie.
  • Vriendenkring:
    kinderen worden nog het meest gevormd door de leeftijdsgroep waar ze mee omgaan. Wanneer deze het kind buitensluiten, isoleren of pesten, kan dit tot depressie leiden.


Samengevat:
leeftijdsfase depressieve symptomen
geboorte tot 2 jaar anaclitische depressie: huilen, zich terugtrekken, gewichtsverlies, vertraagde groei, verbijsterde en onbeweeglijke gelaatsexpressie, belemmerde sociale interactie

zuigelingendepressie: prikkelbare stemming, nachtmerries en nachtelijke angsten, zelfstimulerend gedrag, overdreven aanhankelijkheid, opstandig gedrag, buitensporige angsten, minder vaak spelen
3 tot 5 jaar droefheid, gewichtsverlies, motorische achterstand, vermoeidheid, suïcidale gedachten, boosheid, apathie, prikkelbaarheid, ziekte en zich terugtrekken
6 tot 12 jaar geen wezenlijk verschil met depressie bij volwassenen.

weinig plezier hebben, apathie, lage zelfwaardering, vermoeidheid, suïcidale gedachten, zich terugtrekken, prikkelbaarheid, gebrek aan motivatie, motorische achterstand, delinquent gedrag, boos, vijandig, hyperactief, angsten, zwakke schoolprestaties.
12 tot 18 jaar wispelturige gemoedstoestand, woede, lage zelfwaardering,zwakke schoolprestaties, delinquent gedrag, verslaafd aan middelen, overdreven seksueel gedrag, zich terugtrekken, te veel eten en slapen, suïcidale neigingen.
Bron: Kronenberger & Meyer (1996)



Met vragen over alles wat te maken heeft met de ziekte depressie of voor een luisterend oor kunt u bellen met de Informatie- en advieslijn van het NFGV-Depressie Centrum
telefoon: 0900-9039039 (20 ct/min)
op werkdagen van 10-16u


Klik hier om terug te gaan naar de homepage.

Laat ook een berichtje achter in mijn gastenboek






 

 

 

Please send email to barcesuzeng@yahoo.com if you have any questions.