The Free Site   |  vBuddy - business networking   |  Cheap Web Hosting - starting at $5

Suusjes pagina

Suusjes pagina



ADHD



  • wat is ADHD?


  • problemen met het vasthouden van de aandacht


  • problemen met uitstel van beloning


  • problemen met de impulsbeheersing


  • ADHD kinderen zijn hyperactief


  • ADHD kinderen zijn hyperresponsief


  • Hoe wordt ADHD veroorzaakt?


  • een theorie over ADHD





  • ADHD bij kinderen





  • ADHD bij volwassenen


Attention Deficit Hyperactivity Disorder (ADHD)

Wat is ADHD?

ADHD staat voor Attention-Deficit Hyperactivity Disorder en wordt in het Nederlands ook wel aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit genoemd. Het gaat om een ontwikkelingsstoornis waarbij er problemen zijn op het gebied van de concentratie, de impulsbeheersing en de mate van beweeglijkheid.
Volgens Barkley wordt de stoornis veroorzaakt doordat een bepaald gebied in de hersenen niet goed werkt. Wanneer iemand zich normaal ontwikkelt is hij in staat om zijn gedrag te remmen, dingen te organiseren en vooruit te plannen. Wanneer de ontwikkeling van dit hersengebied niet volledig is, komt dat niet tot uiting in het onmiddellijke gedrag van het kind op dat moment, maar in het onvermogen om de nabije toekomst te plannen (Barkley, 1997).

De klassieke symptomen van ADHD bestaan uit onoplettendheid en slecht een taak tot een goed einde kunnen brengen, impulsiviteit, eerst doen dan pas denken en overbeweeglijk of vaak rusteloos zijn. Een ander typisch gedragspatroon bestaat uit oppositioneel-opstandig en vijandig gedrag tegenover andere mensen. Dit staat bekend als Oppositioneel-Opstandige gedragsstoornis (ODD), waaraan bijna 70% van de ADHD kinderen lijden.

Om te laten zien dat ADHD een ontwikkelingsstoornis is, moeten wetenschappers bewijzen dat:

  • de stoornis zich in de vroege ontwikkeling van het kind voordoet en dat deze kinderen duidelijk anders zijn ten opzichte van “normale” kinderen


  • de stoornis voorkomt in verscheidene situaties


  • het de vaardigheden om met succes aan de normale eisen van de bijbehorende kinderleeftijd te voldoen negaief beïnvloedt


  • de stoornis vrij aanhoudend is en zich niet enkel en alleen door omgevings- en sociale factoren laat verklaren


  • de stoornis te maken heeft met een abnormale ontwikkeling en werking van de hersenen


  • de stoornis ook verband houdt met andere biologische factoren die de werking of ontwikkeling van de hersenen kunnen beïnvloeden (zoals erfelijkheid, letsel enz.)


ADHD staat voor het minder goed kunnen remmen van gedrag. Er zijn drie primaire problemen om gedrag te kunnen beheersen:

  • problemen met het vasthouden van de aandacht,
  • impulsbeheersing of impulsremming en
  • overbeweeglijkheid.

Volgens Barkley komen al deze symptomen voort uit het niet kunnen remmen van gedrag (Barkley, 1997).

Problemen met het vasthouden van aandacht

Mensen met ADHD hebben moeite om net zo lang ergens aan te werken als mensen zonder ADHD. Uit onderzoek is gebleken dat kinderen met ADHD bij veel dingen die zij doen zich inderdaad korter kunnen concentreren, maar dat ze het vooral moeilijk vinden om hun aandacht langere tijd vast te houden. Ze hebben geen moeite met het filteren van informatie, ze kunnen dus wel onderscheid maken tussen wat wel en niet relevant is voor wat ze moeten doen. Ze worden niet door de informatie overspoeld zoals er jarenlang gedacht werd. Kinderen met ADHD raken eerder verveeld of verliezen eerder hun interesse in hun werk waardoor ze bewust op zoek gaan naar iets dat leuker, spannender of interessanter is dan waar ze mee bezig zijn. Bovendien worden kinderen met ADHD naar die aspecten van een situatie te worden getrokken die op dat moment de meeste beloning opleveren (Bruininks, 1995).

Problemen met uitstel van beloning

ADHD kinderen zullen indien zij een keuze krijgen kiezen voor een kleinere onmiddellijke beloning voor beloning.jpg minder werk dan voor een grotere beloning waarop zij langer moeten wachten. Uit de studie van Fischer en Barkley (1990) bleek dat wanneer je aan een taak voor ADHD kinderen een extra prikkeling toevoegt, ze beter kunnen opletten en hun werk met minder fouten afmaken (Barkley, 1997).

Problemen met de impulsbeheersing

Kinderen met ADHD vinden het heel moeilijk om te moeten wachten, ze worden hier rusteloos van en kunnen dan niet blijven stilzitten.
Hierdoor lijken zij veeleisend en egocentrisch. Ook hebben zij moeite met hun eerste reactie op dingen te remmen. Zij doen voordat zij denken en denken pas veel later na of ze dat nu wel hadden moeten doen of niet. Hierdoor reageren zij vaak emotioneel.
Deze impulsiviteit is niet beperkt tot het handelen, maar toont zich ook in het denken.

ADHD kinderen zijn hyperactief

Zelfs tijdens hun slaap bewegen deze kinderen veel meer dan hun leeftijdgenoten in gelijke omstandigheden. Zij kunnen in het algemeen hun beweeglijkheid niet reguleren of beheersen om aan de eisen van dat moment te voldoen.

ADHD kinderen zijn hyperresponsief

Ze bewegen niet alleen te veel, ze reageren ook nog eens veel te snel, te krachtig en te gemakkelijk. Ook dit lijkt voort te komen uit het probleem omtrent het remmen van gedrag.

Jongere kinderen leren al vroeg om in zichzelf te praten als middel om hun eigen gedrag te beheersen en worden op die manier minder impulsief. Het “in jezelf praten” zorgt voor het afremmen van de eerste reactie, het geeft kinderen de tijd om met zichzelf te overleggen wat ze zullen doen, wat dat voor gevolgen heeft en wat ze dus het beste kunnen doen. In dit geval kun je dit “in jezelf praten”opvatten als een hulpmiddel om je gedrag in goede banen te leiden, het is een hulpmiddel om gedrag te remmen.

Hoe wordt ADHD veroorzaakt?

ADHD heeft meerdere oorzaken, een drietal zijn op dit moment afdoend bewezen;

  • diverse factoren die kunnen leiden tot hersenletsel of abnormale ontwikkeling van de hersenen, zoals trauma, ziekte, embryonale blootstelling aan alcohol en een vroege blootstelling aan hoge loodgehalten


  • bevindingen van onvoldoende werking in bepaalde hersengebieden


  • erfelijkheid.


Bij ADHD zou er sprake zijn van een beschadiging aan het orbitale –frontale deel van de hersenen. Dit hersengebied is verantwoordelijk voor het remmen van gedrag, het vasthouden van de aandacht , het uitoefenen van zelfbeheersing en het plannen van de toekomst.
Ook vermoedt men dat er een probleem is met de hoeveelheid dopamine en wellicht ook norepinefrine die geproduceerd wordt in de hersenen van mensen met ADHD, maar dit is nog niet afdoende bewezen.

Uit onderzoek van Buchsbaum en Wender bleek dat kinderen met ADHD een minder ontwikkeld patroon van hersenactiviteit lieten zien dan hun leeftijdgenootjes, met name in de frontale delen (Barkley, 1997).

Lou Hendriksen en Bruhn ontdekten bij de ADHD kinderen een verminderde bloedtoevoer naar de frontale delen, vooral in de nucleus caudatus, een belangrijke structuur in de hersenen tussen de meest frontale delen van de hersenen en de structuren in het midden van de hersenen die bekend staan als het limbisch systeem. De nucleus caudatus is opgebouwd uit een aantal bundels met zenuwvezels, waarvan één gebied bekend is als het corpus striatum. Dit gebied speelt een belangrijke rol bij het remmen van gedrag en het volhouden van aandacht.
Het limbisch systeem, waaraan het corpus striatum verbonden is, is verantwoordelijk voor allerlei menselijke functies zoals het beheersen van emoties en de motivatie van het geheugen. Via deze verbindingen en banen stuurt het limbisch systeem, dat in het midden van de hersenen ligt signalen naar het frontaal gelegen deel van de hersenen en deze stuurt op zijn beurt weer signalen terug om zo het gedrag en de emotie te reguleren en beheersen (Barkley, 1997).

Samenvattend kan men zeggen dat in eerste instantie de biologische factoren het meest in verband worden gebracht met ADHD en het misschien ook kunnen veroorzaken.
De genetische invloed op ADHD is zeer groot en kinderen met ADHD vertonen minder hersenactiviteit in het frontale deel van de hersenen, precies dat deel dat verantwoordelijk is voor het remmen van gedrag, ongeremd reageren, weerstand bieden tegen afleiding en controle over de mate van beweeglijkheid.

Een theorie over ADHD.

De filosoof en wetenschapper Bronowski zette in een theorie uiteen waarom onze taal zo uniek is boven de taal van andere soorten.
Hij veronderstelde dat dit kwam doordat de mens in staat is om tussen een signaal, een boodschap of een gebeurtenis die wij ontvangen en onze reactie daarop een kleine rustpauze in te lassen.
In deze rustpauze kan de mens de directe reactie op de prikkel remmen (Barkley, 1997).
Hierdoor kan de mens:

  • Feiten scheiden van gevoelens:
    Doordat we een kleine pauze inlassen blijken onze hersens een onderscheid te maken tussen de persoonlijke betekenis van de boodschap en de inhoud ervan. We kunnen dan vervolgens de inhoud afhandelen zonder dat deze gebaseerd is op onze emoties. Deze theorie lijkt te verklaren waarom kinderen met ADHD zo emotioneel kunnen reageren in vergelijking met andere kinderen. Zij remmen de eerste reactie op een prikkel niet en hun hersenen nemen dus niet de tijd om emoties en inhoud te scheiden, hierdoor komt de emotionele, impulsieve reactie, waarvan zij later vaak spijt hebben.


  • Door over ons verleden na te denken, kunnen wij voorspellen wat er in de nabije toekomst gaat gebeuren. Wanneer kinderen met ADHD hun gedrag dus niet kunnen remmen en onmiddellijk reageren, dan nemen ze niet de tijd om naar het verleden te kijken, ze leren niet van hun ervaringen die ze in het verleden hebben opgedaan, ze hebben daar minder besef van en dus hebben ze ook minder toekomstbesef.

  • in onszelf praten om daardoor ons gedrag te bepalen:
    Deze vaardigheid ontwikkelt zich al bij jonge kinderen. Zij praten hardop tegen zichzelf en tijdens het spelen en naarmate ze ouder worden, leren ze om in zichzelf te praten, zonder geluid. Dit noemt men geïnternaliseerde taal. Deze geïnternaliseerde taal heeft o.a. de functie om taal in stukjes te hakken en hierdoor combinaties te maken. Kinderen met ADHD remmen hun gedrag niet en hebben dus ook geen tijd om deze combinaties te maken, waardoor ze moeite hebben om zich te beheersen en om oplossingen te bedenken voor problemen.
    Ze nemen dan ook niet de tijd om binnenkomende informatie in stukjes te hakken en deze informatie zo bundelen dat er reacties of nieuwe berichtjes ontstaan.

    Door onze taal in stukjes en regels te hakken, kunnen we taal reconstrueren waardoor er meerdere mogelijkheden bestaan. Kinderen met ADHD gunnen zichzelf niet de tijd om deze reconstructies te maken, waardoor het moeilijker is om verschillende oplossingen te bedenken voor een probleem.


Wanneer je er dus vanuit gaat dat ADHD een probleem is in de vaardigheid om gedrag te remmen, dan is het dus logisch dat kinderen met ADHD problemen hebben met de hierboven beschreven functies. Deze jongeren zijn blijkbaar niet in staat hun eigen impulsen te controleren, om om te gaan met situaties waarin zorg, geconcentreerde aandacht of georganiseerde planning vereist zijn. Ze zijn geneigd om te reageren met het idee dat als eerste in hen opkomt of op die aspecten van de situatie die het duidelijkst of het aantrekkelijkst zijn.



Interessante links

adhd startpagina



Klik hier om terug te gaan naar mijn homepage

Laat ook een berichtje achter in mijn gastenboek

 

 

 

Please send email to barcesuzeng@yahoo.com if you have any questions.